PGB (klein)kind aangemerkt als inkomen door Belastingdienst

Belanghebbende heeft een kleinzoon met een verstandelijke beperking. Belanghebbende zorgt in 2014 voor het vervoer van het kleinkind naar therapie, school, pretparken, ziekenhuizen en zwembaden. Belanghebbende ontvangt hiertoe een bedrag van € 1700,- uit het persoongebonden budget (PGB) van zijn kleinzoon. In geschil is of dit bedrag belast is als resultaat uit overige werkzaamheden (ROW). Belanghebbende stelt primair dat het uitsluitend bedoeld is als een onkostenvergoeding en dat er daarom geen sprake kan zijn van een bron van inkomen in de zin van de Wet IB2001. Daarnaast stelt Belanghebbende dat er tegenover de uit het PGB van de kleinzoon ontvangen uitkering een ongeveer gelijkluidend bedrag aan aftrekbare kosten staat. De inspecteur accepteert ter zitting alsnog € 850,- aan kosten.

pgb belastingdienst

In geschil was of de “werkzaamheden” die hebben geleid tot de betalingen uit het PGB van de kleinzoon aan belanghebbende een bron van inkomen vormen bij belanghebbende. Daarnaast was in geschil of dit “inkomen” tot het juiste bedrag in aanmerking is genomen. Belanghebbende stelt dat het in aanmerking te nemen belastbare inkomen nihil (0,-) bedraagt omdat tegenover de door hem ontvangen betalingen uit het PGB een gelijk bedrag aan kosten staan welke aftrekbaar zijn. Belanghebbende stelt daarmee dat de uitkeringen uit het PGB louter en alleen een onkostenvergoeding betreffen en dat er geen sprake is van een vergoeding voor diensten, mede gezien de familieband en de geringe hoogte van het bedrag in relatie tot de hoeveelheid tijd die besteed was aan de bijbehorende verzorging.

De Rechtbank Zeeland-West-Brabant stelt in haar uitspraak dat er sprake is van een bron van inkomen omdat aan alle voorwaarden voor de aanwezigheid van een bron is voldaan. Zo is het voordeel beoogd en verwacht, aangezien de belanghebbende er voor heeft gekozen om zich voor zijn activiteiten uit het PGB van de kleinzoon te laten betalen. Belanghebbende maakt zonder bewijsstukken niet aannemelijk dat de kostenaftrek hoger moet zijn dan de € 850 die de inspecteur in aftrek toelaat. Het beroep van belanghebbende is deels gegrond.

De rechtbank concludeert dat er sprake is van een bron van inkomen. Dit betekent dat zorg op basis van PGB`s, die al niet hoog zijn, nog minder mogelijk zal zijn door familie en bekenden omdat ook zij belasting moeten betalen over hetgeen zijn krijgen in de zin van “onkostenvergoeding” voor de verleende zorg.

Bron: Rechtspraak.nl